Pedagogische Visie

Onderstaand leest u een beknopte versie van de pedagogische visie waar De Knuffelbeer mee werkt. Bent u na het lezen benieuwd naar de volledige versie? Vraag die dan aan via "stel uw vraag" via deze site.   

Emotionele ontwikkeling van het kind

De emotionele ontwikkeling van een kind begint al vanaf de geboorte. Emotie is een aftreksel van de affectieve behoefte van het kind. Onder de affectieve behoefte van het kind wordt liefde, gevoel en emotie verstaan. Daarmee samenhangend de ontwikkeling om deze te delen met anderen. Bij baby’s kan daarbij worden gedacht aan signalen als lachen, spelen en huilen. Door vervolgens het kind dan te koesteren, te aaien of te kroelen wordt tegemoetgekomen aan de lichamelijke behoefte aan affectie van het kind. Affectie heeft ook een gevoelskant. Deze wordt ontwikkeld door met het kind activiteiten te ondernemen, zoals spelen met speelgoed, buitenspelen, zingen, en spelen met de gastouder of met andere kinderen die aanwezig zijn. Maar ook door samen te eten en door verzorging.

Om een goede affectieve/emotionele ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk dat er een veilige en geborgen omgeving aanwezig waarin het kind zich veilig voelt. Hierdoor zal het kind de omgeving gaan ontdekken en daardoor zichzelf ontwikkelen.

Op grond van bovenstaande vinden wij het belangrijk de kinderen de ruimte te geven zich te uitten. De gastouder zal in de dagelijkse activiteiten ruimte inrichten om samen met de kinderen te werken aan deze ontwikkeling. Denk hierbij aan voorlezen, liedjes zingen, knutselen, tekenen, verven en dergelijke.

Omdat binnen de gastouderopvang maximaal 4 kinderen (exclusief eigen kinderen van de gastouder) worden opgevangen, wordt een kleine huiselijke omgeving gecreëerd waarbinnen het kind zich snel veilig en geborgen zal voelen.

Ook externe factoren kunnen invloed hebben op het gedrag van een kind. Vooral van belang hierbij is de thuissituatie. Veranderingen in de thuissituatie, zoals de geboorte van een broertje of zusje kunnen invloed hebben op het gedrag en dus de emotie van het kind. Hierdoor vinden wij het belangrijk dat er goed contact is tussen de gastouder en de vraagouder. Bij het brengcontact kan de ouder zaken met de gastouder bespreken. Evenals dat bij het haalcontact de gastouder rapportage uitbrengt over de situatie van het kind. Hierbij wordt uiteraard ook aandacht besteed aan alledaagse zaken, zoals het eet- en drinkgedrag en het slaapgedrag. Maar ook specifieke zaken van die dag in het gedrag van het kind worden verteld. Bijvoorbeeld als het kind lekker gespeeld heeft, of juist niet. Veel gehuild heeft of juist weer veel gelachen.

Motorische ontwikkeling van het kind

Belangrijk in de ontwikkeling van het kind is de motoriek. De motoriek is uit te splitsen in twee delen. De grove motoriek en de fijne motoriek. Onder grove motoriek wordt verstaan het grove bewegen van het kind, het zitten, staan, lopen, klimmen en rennen. Onder de fijne motoriek wordt verstaan het fijne bewegen van het kind, het puzzelen, verven, plakken, kleuren, knippen en eten met een vork.

We begrijpen dat ieder kind verschillen is en in verschillende mate zich op beide vlakken zal ontwikkelen. De gastouder zal dagelijks met het kind werken/spelen om de motoriek te ontwikkelen. Door alle verschillende vormen van activiteiten, van buiten rennen tot gezamenlijk zingen zullen alle vormen van de motoriek aan bod komen. Binnen de periodieke observaties is ruime aandacht voor de motorische ontwikkeling.

Niet elk kind is even enthousiast om nieuwe dingen te proberen. Voor de motorische ontwikkeling is dit wel van belang. De gastouder zal ieder kind afzonderlijk beoordelen en stimuleren om nieuwe activiteiten te ontplooien. Dit kan door een kind apart dingen te laten doen of juist door het kind te laten deelnemen aan een gezamenlijke activiteit. Uiteraard is er wel veel ruimte voor het kind om zelf aan te geven wat ze willen. Hieraan zal ook zoveel mogelijk gehoor worden gegeven.

De gastouder zal de zelfstandigheid van het kind stimuleren. De gastouder heeft voldoende opleiding/ervaring om in te schatten wat een kind (zou) moeten kunnen en zal het kind hierin een zetje in de goede richting geven. Denk hierbij aan het leren van nieuwe dingen voor het kind. Zoals het aantrekken van de jas, eten met een vork, maken een moeilijke(re) puzzel, aantrekken van schoenen, het drinken uit een beker en het stimuleren van de zindelijkheid.

Voor de ontwikkeling van de grove motoriek zal geprobeerd worden om elke dag naar buiten te gaan. Voor zover het weer dat toelaat.

Sociale ontwikkeling van het kind

Sociale ontwikkeling is de manier waarop een kind omgaat met anderen en anderen omgaan met het kind.

Dit is niet alleen iets voor volwassenen, maar ook kleine kinderen moeten leren om met andere kinderen/leeftijdsgenootjes samen dingen te doen. Binnen de sociale ontwikkeling kan dit voor dreumesen en baby’s betekenen om dingen naast elkaar te doen. Dus beide hetzelfde knutselwerkje of allebei dezelfde tekening. Kinderen leren dan van elkaar.

Sociale ontwikkeling kun je stimuleren in een groep. Je kan van kinderen tot ongeveer 3 jaar niet verwachten dat de sociaal vaardig zijn. Ze zullen daarom eerder dingen naast elkaar doen, zoals hierboven staat beschreven, dan dat ze dingen samen gaan doen. Hoe kinderen in een groep met elkaar omgaan hangt grotendeels af van hun leeftijd. Alhoewel baby’s niet sociaal onderlegt zijn, genieten ze al wel merkbaar van elkaars aanwezigheid. Dit wordt door De Knuffelbeer gedaan door baby’s tegenover elkaar in een wippertje te zetten of op de buik tegenover elkaar laten spelen met speelgoed.

Peuters zijn ook nog zeer op zichzelf georiënteerd. Pas rond een jaar of vier wordt het kind socialer. Je kan dan pas merken dat kinderen elkaar troosten, waarderen en helpen.

Omdat kinderen uit zichzelf vrij zelfstandig georienteerd zijn, stimuleren wij de interactie tussen kinderen. We laten we ze samen knutselen en zingen. Maar ook als bijvoorbeeld één kind iets wil van een ander kind zal de gastouder het kind aansporen om dat zelf aan het andere kind te vragen.

Normen en waarden

Waarden en normen worden vaak in één adem genoemd. Het zijn echter twee verschillende zaken.

Waarden zijn opvattingen. Een opvatting over gedragingen of situaties van mensen of dingen. Wij vinden dus iets mooi, lief, lelijk, eerlijk, oneerlijk, moedig, laf, belangrijk of onbelangrijk.

Normen zijn concrete regels en voorschriften die ons handelen bepalen. Zij vertalen de waarden naar concreet gedrag.

Aandacht voor normen en waarden is belangrijk voor het kind. Zij sturen kinderen in hun gedrag, het zelfbeeld, en de relaties met anderen.

Vaak zijn wij ons niet bewust dat we iets doen vanuit onze normen en waarden. Toch is dat veel vaker zo dan je je op het eerste gezicht zou denken. Het is daarom belangrijk je bewust te zijn van je eigen normen en waarden, zodoende deze over te kunnen brengen op het kind. Dit overbrengen gebeurt door de ouders, gastouder(s) en andere kinderen.

Kinderen moeten het allemaal leren. Al onze normen en waarden. Het kan voor een kind best verwarrend zijn. Dingen die thuis wel mogen, mogen bij de gastouder niet, of juist andersom. Ook in de omgang met anderen moeten kinderen veel leren. Hierbij moet je denken aan vele verschillende kleine dingen. Wat gaat vanaf blijven zitten bij het eten tot het niet slaan of bijten van anderen. Omgaan met spullen, niet stukmaken, opruimen etc.

Door kinderen op een correcte manier te wijzen op hun gedrag leer je het kind een zelfstandigheid op te bouwen, geef je het steeds meer zelfvertrouwen en creëer je een zelfbewuste levenshouding.


E-mail: Tel: 071-5155494 Adres: Stakman Bossestraat 62, 2203 GL Noordwijk Bank: NL47ABNA0975951343 KVK: 28108211